.
Logo NET groep

 

Behandeling met CapTem
capecitabine + temozolomide = CapTem

CapTem is een behandeling met chemotherapie die bestaat uit twee soorten medicijnen die gecombineerd worden: capecitabine + temozolomide.
Deze behandeling met CapTem kan ingezet worden voor verschillende soorten NET-kanker op verschillende momenten. Dit is onder andere afhankelijk van: de soort NET en de plaats waar deze is ontstaan, de snelheid van de tumorgroei (gradering) en de conditie van de patiënt.

Wat doet chemotherapie = cytostatica
Chemotherapie is een behandeling met medicijnen die de celdeling remmen en cellen doden. Dit soort medicijnen worden ook wel cytostatica genoemd. Alle cellen die delen in het lichaam, kankercellen maar ook gezonde cellen, kunnen getroffen worden door de behandeling met chemotherapie. De gezonde cellen herstellen zich meestal weer na de behandeling.

Er zijn verschillende soorten cytostatica, elk met een eigen werking. Afhankelijk van de soort kanker kunnen één of meer cytostatica voor een behandeling worden gebruikt. De cytostatica kunnen op verschillende manieren worden toegediend, per infuus, als tablet, capsule of via een injectie.
De behandeling met CapTem wordt via pillen en capsules gegeven. Daarom kan de behandeling ook thuis plaatsvinden. Daarnaast moet je bij deze behandeling af en toe bloedprikken en heb je contact met de (verpleegkundig) specialist. 
Cytostatica verspreiden zich via het bloed door het lichaam en kunnen daarom op vrijwel alle plaatsen de kankercellen bereiken.

Doel van de behandeling
Met de behandeling van capecitabine + temozolomide voor NET-kanker kun je helaas niet meer genezen. Het is een palliatieve behandeling, dit betekent dat de behandeling gericht is op het remmen van de ziekte en/of vermindering van de klachten.

Behandelschema
De behandeling met CapTem bij NET-kanker bestaat meestal uit 6 kuren (toedieningen)
Elke vier weken (28 dagen) krijg je 1 toediening van alle medicijnen.
Voor elke kuur van start kan gaan wordt het bloed gecontroleerd. Afhankelijk van deze bloeduitslag wordt bepaald of de kuur gegeven kan worden of moet worden uitgesteld.


Eén kuur met CapTem ziet er als volgt uit:

Dag

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

Week 3

Week 4

Capecitabine
2x per dag

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

niets

niets

Temozolomide
1x per dag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

x

x

x

x

x

niets

niets

Granisetron
2x per dag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

x

x

x

x

x

niets

niets

Polibezoek en bloedafname

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

Toediening van de Capecitabine (dag 1 t/m dag 14)
Er zijn twee verschillende soorten tabletten: een tablet van 150mg en een tablet van 500mg.
De medicatie moet worden ingenomen bij het ontbijt en bij het avondeten.

Toediening van de Temozolomide (dag 10 t/m dag 14)
Temozolomide moet 2 uur na het ontbijt worden ingenomen. Hierna mag je 1 uur niet eten.

Toediening Granisetron (dag 10 t/m dag 14)
Tijdens de behandeling met temozolomide neem je, gedurende die vijf dagen, tweemaal daags granisetron om misselijkheid te voorkomen. Granisetron neem je bij het ontbijt in en na 12 uur nog een keer. Mocht je plotseling toch misselijk worden en de Capecitabine en/of de Temozolomide uitbraken, dan moet je deze niet opnieuw innemen.

 

Bijwerkingen van chemotherapie
Door de chemotherapie kunnen er bijwerkingen optreden. Sommige mensen hebben veel last van bijwerkingen, andere mensen weinig. Het optreden van bijwerkingen en de mate waarin, zegt niets over het effect van de chemotherapie-kuur op de ziekte. Bespreek altijd alle bijwerkingen of klachten met uw (verpleegkundig) specialist!

 

De belangrijkste bijwerkingen bij een behandeling met CapTem kunnen zijn:

Bijwerkingen aan het beenmerg, zoals
  • bloedarmoede
  • leukopenie = tekort aan witte bloedcellen
  • trombocytopenie = tekort aan bloedplaatjes
  •    
    Bijwerkingen aan de darmen, zoals
  • diarree
  • verstopping
  • Haarverlies (komt zelden voor)
    Hartklachten
    Hoofdpijn
     
    Klachten van de huid, zoals
  • droge huid
  • hand-voetsyndroom
  • jeuk
  • huidverkleuring
  • Menstruatiestoornis
    Misselijkheid en braken
    Mondslijmvliesontsteking
    Nagelafwijkingen
    Irritatie aan de ogen
    Overgevoeligheid (allergie)
    Invloed op seksualiteit
    Smaakverandering
    Verkleuring van urine
    Vermoeidheid
    Vruchtbaarheidsproblemen
    Verminderde spermaproductie
     

     

    Uitleg van de bijwerkingen bij een behandeling met CapTem
    En advies wat te doen bij klachten

    Lees de informatie van het ziekenhuis waar je behandeld wordt goed door, omdat er bij bepaalde bijwerkingen/klachten direct contact moet worden opgenomen met de (verpleegkundig) specialist.

    Bijwerkingen aan het beenmerg
    In het beenmerg worden rode bloedcellen (erytrocyten), witte bloedcellen (leukocyten) en bloedplaatjes (trombocyten) gemaakt. Cytostatica remmen de aanmaak van deze cellen waardoor er tijdelijk te weinig bloedcellen aanwezig zijn.

    Bloedarmoede
    Rode bloedcellen zorgen ervoor dat de ingeademde zuurstof door het hele lichaam wordt vervoerd. Een verminderd aantal rode bloedcellen veroorzaakt bloedarmoede. Hierdoor kun je extra vermoeid raken. Bij ernstige klachten kan een bloedtransfusie noodzakelijk zijn. Extra vitaminen en/of ijzertabletten hebben meestal geen invloed op het herstel van het beenmerg.

    Leukopenie
    Witte bloedcellen beschermen tegen infecties. Door een verminderd aantal witte bloedlichaampjes is er een verhoogd risico op infecties. Bij koorts (temperatuur 38.5 graden of hoger) moet je direct contact opnemen met de (verpleegkundig) specialist.

    Trombocytopenie
    Bloedplaatjes zijn nodig bij de bloedstolling. Een verminderd aantal bloedplaatjes geeft een verhoogd risico op blauwe plekken, bloedneuzen, bloedend tandvlees en een verhevigde menstruatie. Bij het ontstaan van blauwe plekken en/of het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus waarschuw dan direct de (verpleegkundig) specialist.

    Het aantal bloedcellen is bepalend voor het al dan niet doorgaan van de behandeling. Daarom wordt het bloed regelmatig gecontroleerd. Als de bloedwaarden afwijkend zijn, kan het voorkomen dat de dosering van de kuur wordt aangepast of dat de kuur een aantal dagen wordt uitgesteld.

     

    Bijwerkingen aan de darmen
    Cytostatica kunnen het slijmvlies van de darmen irriteren. Daardoor kun je last krijgen van verstopping of van diarree. Hieronder staan een aantal punten waar je zelf rekening mee kunt houden als verstopping of diarree optreedt. Bespreek de klachten altijd met de (verpleegkundig) specialist. Soms wordt preventief medicatie meegegeven om verstopping tegen te gaan.

    Tips bij verstopping:
    Als je minder dan eenmaal in de drie dagen ontlasting hebt of als de ontlasting hard is en de stoelgang pijnlijk, dan is het nodig om maatregelen te nemen.
    • Drink voldoende en/of blijf voldoende sondevoeding gebruiken
    • Streef naar minimaal 2 liter vocht per 24 uur
    • Vraag de diëtiste om advies over vezelrijke voeding
    • Zorg voor voldoende beweging (als dat mogelijk is) vraag hierover tips
    • Neem de magnesiumoxide tabletten in volgens voorschrift van de specialist
    • Heeft u vier dagen geen ontlasting gehad, neem dan echt contact op met de (verpleegkundig) specialist
    Tips bij diarree:
    We spreken over diarree, als gevolg van de CapTem kuur, als je vier tot zes keer per dag waterdunne ontlasting hebt.
    • Zorg dat je voldoende blijft drinken of sondevoeding blijft gebruiken. Streef naar minimaal twee liter vocht per 24 uur
    • Gebruik extra bouillon en/of tomatensoep (zouten en suikers)
    • Eet regelmatig kleine maaltijden en vermijd laxerende en gasvormende producten, zoals: kool, prei, ui, specerijen en citrusfruit.
    • Heb je langer dan 24 uur last van diarree en misselijkheid, waardoor je niet kunt eten of drinken, neem dan contact op met de (verpleegkundig) specialist.

    Haarproblemen
    Dun of uitvallend haar als gevolg van dit cytostaticum (deze CapTem kuren) komt zeer weinig voor. Je kunt wel merken dat het haar dunner en/of brozer wordt. Ook kun je tijdens het borstelen van het haar last hebben van meer haaruitval.

    Hartklachten
    De CapTem kuur bevat een medicijn waarbij beschadiging van de hartspier kan optreden. Hierdoor kan de werking van de hartspier afnemen, er is dan sprake van een verminderde pompkracht. Het optreden van deze bijwerking hangt samen met de totale hoeveelheid die je van dit medicijn krijgt. Deze hoeveelheid kan per chemotherapiekuur en per patiënt verschillend zijn. Wanneer je door de  behandeling risico loopt, zal de (verpleegkundig) specialist dit goed in de gaten houden door het hart regelmatig te controleren. Je kunt zelf niets doen om deze bijwerking tegen te gaan.
    Bij deze klachten is het van belang om contact op te nemen met de (verpleegkundig) specialist:
    • extreme vermoeidheid bij lichamelijke inspanning
    • kortademigheid
    • hartbonzen, vooral ‘s nachts of bij een onregelmatige hartslag
    • vocht vasthouden in de benen
    • pijn op de borst bij inspanning
    Hoofdpijn
    Door de chemokuur en/of antimisselijkheidsmedicatie kun je last krijgen van hoofdpijn. Dit kan gepaard gaan met een overgevoeligheid voor prikkels zoals licht en geluid.
    • vermijd een prikkelende omgeving, zorg voor een rustige, eventuele verduisterde ruimte
    • probeer met koude kompressen de hoofdpijn te verlichten
    • gebruik paracetamol
    Huid
    Om een droge huid, uitslag of jeuk als gevolg van de chemokuur zo veel mogelijk te voorkomen, zijn de volgende punten van belang:
    • draag geen knellende kleding en het liefst alleen kleding gemaakt van natuurlijke stoffen
    • gebruik liever geen zeep tijdens het baden of douchen maar bad- of douche-olie, bij voorkeur met lauwwarm water
    • smeer de huid dagelijks in met een hydraterende en ongeparfumeerde lotion of crème
    • vermijdt felle zon
    • gebruik altijd een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor (factor 30 of hoger)
    • geef jeukklachten aan bij de (verpleegkundig) specialist. Je krijgt dan een koelzalf tegen de jeuk.
    Hand-voetsyndroom
    Het hand-voetsyndroom is een huidreactie die in principe over het hele lichaam voor kan komen, maar die meestal aan de handen en voeten optreedt. De meest voorkomende klachten zijn: roodheid, jeuk, pijn of gevoeligheid, zwelling, schilferen of vervellen van de huid
    Bij de meeste mensen zijn de symptomen mild van aard en verdwijnen binnen een of twee weken. In sommige gevallen zijn de symptomen ernstiger. Bij klachten van het hand-voetsyndroom kun je  de volgende dingen doen:
    • draag loszittende, comfortabele kleding en schoenen
    • vermijd blootstelling aan heet water
    • vermijd druk op de handpalmen of voetzolen: niet wringen, geen zware dingen dragen of langdurig staan of lopen
    • gebruik van koelzalf kan de klacht verlichten

    Als deze klachten optreden terwijl je wordt behandeld met capecitabine waarschuw dan de (verpleegkundig) specialist. Als deze klachten slechts mild aanwezig zijn, meldt het dan voor de start van een volgende kuur.

     

    Huidverkleuring
    Bij huidverkleuring wordt de huid donkerder. Deze afwijking kan maanden zichtbaar zijn, maar verdwijnt meestal vanzelf weer. Probeer felle zon te vermijden. Gebruik altijd een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor (factor 30 of hoger).

    Menstruatiestoornis
    Cytostatica kunnen veranderingen teweegbrengen in het patroon van de menstruatie. Dit wisselt van een keer overslaan tot het geheel verdwijnen van de menstruatie. Het kan zijn dat u vervroegd in de overgang komt met alle klachten die daar bij passen. Na het beëindigen van de chemotherapie kan de menstruatie terugkomen. Indien bovenstaande klachten zich voordoen, of je wordt er onzeker van, praat erover met de (verpleegkundig) specialist.

    Misselijkheid en braken
    Na toediening van de chemo (cytostatica) kunt je misselijk worden. De ernst en duur van de misselijkheid hangt af van de soort en dosis cytostatica. De gevoeligheid voor deze bijwerking varieert per persoon. Misselijkheid is lastig te behandelen. Daarom is het belangrijk om misselijkheid zo veel mogelijk te voorkomen. Tijdens de dagen dat je temozolomide slikt, krijg je medicijnen om misselijkheid en braken te voorkomen. Houdt de misselijkheid aan, overleg dan met de (verpleegkundig) specialist.

    Mondslijmvliesontsteking
    De cytostatica (chemo) kan het mondslijmvlies beschadigen. Daardoor kunnen er problemen ontstaan bij de tanden, het tandvlees, het zachte en harde gehemelte, het wangslijmvlies, de tong, de lippen en het speeksel.
    Een goede mondverzorging tijdens de chemotherapiekuur is daarom belangrijk. Je kunt veel problemen voorkomen door na het eten de mond goed te spoelen met gewoon kraanwater en door minimaal tweemaal per dag de tanden te poetsen met een zachte borstel. Gebruik vooral geen etsende mondspoelmiddelen die te koop zijn bij de drogist, of tandpasta met menthol.Mondslijmvliesklachten kunnen op verschillende manieren tot uiting komen. Dit verschilt per persoon. Je kunt last krijgen van: een droge mond, smaakverlies, gevoelige of pijnlijke mond, infecties, snel bloedend tandvlees.
    De meeste van deze bijwerkingen kun je zelf zien of voelen. Bekijk en inspecteer daarom dagelijks je  mond, zodat je tijdig kan overleggen met de (verpleegkundig) specialist. Dit soort klachten in de mond kunnen het verloop van de behandeling met chemotherapie beïnvloeden. Patiënten stoppen dan sneller met de kuur omdat deze klachten het leven erg beïnvloeden. Daarom is het van belang om dit soort klachten gelijk te melden om te kijken wat eraan gedaan kan worden.

    Ogen
    Er kan oog irritatie optreden door deze chemokuur. Dit merk je aan rode, pijnlijke of tranende ogen. Dit gaat vanzelf weer over. Tijdens de behandeling wordt als volgt geadviseerd:
    • het dragen van contactlenzen wordt afgeraden
    • lees met voldoende achtergrondverlichting en neem voldoende afstand van de televisie
    • gun je ogen rust door ze regelmatig voor korte tijd te sluiten
    • vraag eventueel aan de specialist oogdruppels als je teveel last hebt van droge ogen

    Seksualiteit en intimiteit
    Veel vragen gaan over intiem contact, zoals knuffelen of het geven van een zoen. Zover men weet, leidt dit bij de CapTem-kuren niet tot schadelijke effecten. Je hoeft intimiteit en lichamelijk contact niet te mijden.
    Veel mensen hebben in het dagelijks leven behoefte aan lichamelijke warmte, tederheid en intimiteit maar hebben tijdens de chemokuur minder zin in seksueel contact. Dit kan mede worden veroorzaakt door lichamelijke klachten als gevolg van de chemotherapie, maar ook door pijn tijdens de seks als gevolg van een drogere vagina. Als deze klacht zich voordoet, kun je tijdens het seksueel contact een glijmiddel gebruiken.
    Er wordt geadviseerd om een condoom te gebruiken tijdens de seks. Dit kan twee dagen na het stoppen met de laatste tablet temozolomide van de kuur veilig worden gestopt. Op het moment dat je met de volgende kuur start met capecitabine is het advies om weer een condoom (met glijmiddel) te gebruiken. Als je de anticonceptiepil gebruikt, kan deze ook minder goed werkzaam zijn als gevolg van braken.
    Aarzel niet om vragen en problemen op het gebied van seksualiteit te bespreken met de (verpleegkundig)  specialist. Zij zijn gewend om over dit soort problemen te praten. Maar kunnen, als je dat liever wilt, ook doorverwijzen naar hulpverleners die gespecialiseerd zijn op het gebied van intimiteit, seksualiteit en kanker.

    Luister eventueel HIER naar de podcast die de NET-groep heeft gemaakt met specialisten over seksualiteit, intimiteit en kanker

    Smaakverandering
    Door de chemotherapiekuur kun je last krijgen van smaakverandering of smaakvermindering. Smaakverandering of -vermindering kan leiden tot verminderde eetlust. Door voldoende te drinken, minimaal 2 liter per dag, voorkom je uitdroging en treedt een vieze smaak minder snel op. Bovendien zorgt je er zo ook voor dat de nieren alle afvalstoffen beter kunnen afvoeren.
    Voeding die je eerst lekker vond, smaakt tijdens de chemokuur misschien niet meer. En voeding die je normaal gesproken niet lekker vindt, smaakt nu misschien juist wel. Experimenteer zo veel mogelijk met voeding om uit te vinden welke voeding het beste bij de veranderde smaak past.
    Als je weinig proeft, is het extra belangrijk dat het eten er aantrekkelijk uitziet.

    Lees meer over tips en recepten rond voeding en chemotherapie op deze website

    Vermoeidheid en concentratieproblemen
    Tijdens de chemokuur hebben de meeste mensen minder energie, en men raakt sneller vermoeid. Ook kunnen er concentratieproblemen optreden. De oorzaken van vermoeidheid bij kanker en chemotherapie zijn complex en kunnen ook niet altijd worden achterhaald of worden opgelost.
    Bespreek het als je last hebt van vermoeidheid met de (verpleegkundig) specialist.
    Deze zaken kun je zelf toepassen om oververmoeidheid te voorkomen:
    • zorg voor een goede verdeling van activiteiten over de dag
    • bouw rustmomenten in
    • maak onderscheid tussen belangrijke en minder belangrijke zaken. Stel prioriteiten, je mag echt nee zeggen als je geen energie hebt
    • als familie of vrienden hulp aanbieden, accepteer deze hulp dan. Zo kun je zelf meer tijd en energie overhouden voor de leuke en belangrijke dingen
    • probeer de conditie op peil te houden door in beweging te blijven. Wandelen is een geschikte activiteit. Hoe beter de lichamelijke conditie, hoe minder snel je moe bent en hoe sneller je herstelt bij vermoeidheid

    Vruchtbaarheid
    Chemotherapie kan blijvende onvruchtbaarheid veroorzaken. Vraag je specialist eventueel naar de mogelijkheden om sperma in te vriezen of de eicellen te preserveren. De CapTem-kuur kan bij een zwangerschap aangeboren afwijkingen veroorzaken. Het is daarom raadzaam voor mannen en vrouwen om een bepaalde tijd anticonceptie te gebruiken om een zwangerschap te voorkomen, ook een bepaalde tijd na de behandeling met chemotherapie. Bespreek de anticonceptiemaatregelen en de tijdsduur met de (verpleegkundig) specialist.
    Over het algemeen is het advies minstens een periode van een half jaar aan te houden. Als u het vermoeden hebt dat u zwanger bent, overleg dit dan direct met de specialist.

    Schade aan het zenuwstelsel
    Cytostatica kunnen schade toebrengen aan het zenuwstelsel waardoor je last kunt krijgen van:
    een doof, slapend, tintelend of branderig gevoel in de vingertoppen, vingers en/of tenen en  spierzwakte in armen of benen. Deze klachten kunnen dagen tot weken na aanvang van de chemokuur optreden. Meestal verdwijnen de klachten na enkele maanden, maar ze kunnen ook blijvend zijn. Zelf kun je niets doen om deze klachten te voorkomen. Wel is het van belang de klachten met de (verpleegkundig) specialist te bespreken. Dan kan de behandeling eventueel worden aangepast.

    Revalidatie
    Na het beëindigen van de chemotherapiekuur blijf je onder controle. Er kunnen nog klachten overblijven als gevolg van de behandeling. Sommige klachten zijn tijdelijk en zullen heel geleidelijk verminderen. Andere klachten kunnen permanent zijn. Bespreek dit met de (verpleegkundig) specialist als je hier onzeker over bent of meer informatie over wilt hebben.
    Kanker is ingrijpend. De gevolgen van de ziekte en/of de behandeling kunnen je in het dagelijks functioneren beperken. Veel gehoorde klachten zijn vermoeidheid, conditievermindering, angst en onzekerheid. Een aantal ziekenhuizen zoals het Antoni van Leeuwenhoek heeft oncologische revalidatieprogramma’s ontwikkeld om je te helpen om met deze klachten om te gaan. Je kunt aan een revalidatieprogramma deelnemen tijdens de behandeling, maar ook als de behandeling is afgerond. De NET-specialist kan je hiervoor verwijzen. Maak het ook zelf bespreekbaar als je hier behoefte aan hebt. In de meeste gevallen vergoedt de zorgverzekeraar het revalidatietraject maar het is van belang om dit vooraf te overleggen met je zorgverzekeraar.  

     

    Maatregelen tijdens en na de behandeling met chemotherapie
    Er zijn een aantal adviezen over beschermende maatregelen in de thuissituatie na de chemokuur. Resten van de cytostatica die je toegediend hebt gekregen kunnen tot ongeveer twee dagen na het toedienen van de kuur in het lichaam aanwezig zijn. Binnen die periode worden ze in het lichaam afgebroken en in geringe hoeveelheden afgevoerd via de urine, ontlasting, wondvocht, transpiratie, speeksel en braaksel. Omdat je thuis slechts korte tijd in aanraking komt met de resten van de cytostatica (chemo), zijn de risico’s voor je naasten heel klein.

    Het is wel belangrijk om een aantal zaken in acht te nemen:
    • neem bij voorkeur zelf (zonder hulp) de cytostaticatabletten in, liefst niet in de buurt van kinderen
    • de cytostaticatabletten moeten in principe heel ingenomen worden. Indien de inname niet lukt, bespreek dit dan met de (verpleegkundig) specialist.
    • was je handen na inname van de cytostaticatabletten
    • bij contact met urine, ontlasting en braaksel wordt de verzorgers geadviseerd om wegwerphandschoenen te dragen. Dit geldt ook voor schoonmaakwerkzaamheden rond uitscheidingsproducten en contact met wasgoed
    • toilet en was-/badgelegenheid kun je tenminste één keer per week en na braken schoonmaken met een gewone zeepoplossing (allesreiniger)
    • indien de vloer of de vloerbedekking bevuild is met braaksel, urine of andere lichaamsvloeistoffen kun je dit schoonmaken met een gewone zeepoplossing

    Wasgoed
    Voor wasgoed dat in aanraking is gekomen met urine, ontlasting, braaksel of ernstige transpiratie worden de volgende stappen geadviseerd:
    • verzamel het wasgoed in een aparte, goed afsluitbare plastic zak
    • gebruik eerst een koud spoelprogramma voor alleen de zichtbaar ‘besmette’ kleding of beddengoed, dus geen ander wasgoed toevoegen
    • was daarna met een wasprogramma (inclusief een voorwas) dat geschikt is voor het materiaal. Hierbij mag je dan ander wasgoed toevoegen.
    Urine en ontlasting
    • ook mannen moeten zittend urineren, dit veroorzaakt minder spatten
    • spoel het toilet na gebruik eenmaal door, liefst met gesloten deksel
    • verwijder eventuele druppels op de bril, deppend en met droog toiletpapier
    • was de handen na toiletgebruik
    • als je een blaaskatheter hebt, is het van belang om elke dag de opvangzak te verwisselen
    • een urinaal of ondersteek spoel je na gebruik liefst eerst om met koud water. Vervolgens kun je het schoonmaken met een gewone zeepoplossing
    • urine, braaksel en ontlasting kunnen via het riool worden afgevoerd
    Braaksel
    De maatregelen bij het omgaan met braaksel zijn hetzelfde als bij ontlasting en urine. Extra voorzichtigheid is geboden als je het cytostaticum als tablet, capsule of in drankvorm hebt gekregen. Tot twee uur na inname is het cytostaticum nog in hoge concentratie aanwezig in het braaksel.
    • leg een handdoek of wegwerponderlegger op het kussen als je misselijk bent of denkt te moeten  braken. Zorg dat je een bakje of emmer bij de hand hebt
    • braaksel mag worden weggegooid in het toilet
    • verwijder eventuele druppels op de bril, deppend en met droog toiletpapier
    • spoel het toilet na gebruik eenmaal door, liefst met het deksel dicht
    • maak bij braken, indien mogelijk, gebruik van het toilet. Als dit niet mogelijk is, gebruik dan zoveel mogelijk wegwerpmateriaal. Denk hierbij aan een plastic draagtas in een emmer. Gooi de draagtas wel direct na gebruik weg in een aparte, dubbele plastic vuilniszak om lekkage te voorkomen
    • was de handen na het braken en/of het opruimen van het braaksel

    Afval
    Afvalmaterialen zoals bijvoorbeeld luiers, incontinentiemateriaal, bakjes met braaksel of stomamateriaal kun je verzamelen in een plastic zak. Doe daar nog een extra plastic zak om heen om het risico op lekken te voorkomen. Gooi het vervolgens weg met het huisvuil.
    Voor gebruik van bestek, serviesgoed en andere gebruiksartikelen hoeft je geen speciale maatregelen te nemen.

    Meer informatie over NET-kanker tref je HIER

    Deze pagina is gemaakt met (verpleegkundig) specialisten uit het Antoni van Leeuwenhoek. We mochten de tekst uit hun veel uitgebreidere brochure overnemen en aanpassen.


     

    facebook YouTube Twitter

    september 2020