zebra

 

home
Contact
trefwoorden
Google

 

Blij zijn dat je er nog bent: met vissticks meer kans


Kanker hebben en blij zijn. Wat een prachtige combinatie. En zo voor de hand liggend ook. De harmonieuze ANWB-achtige sfeerbeelden die we bij tal van kankercampagnes zien, komen natuurlijk niet uit de lucht vallen. Blijheid krijg je bij kanker cadeau: ‘it simply comes with the lidmaatschap’.

‘Lucky basterd’ Femke van Rossem beschreef in haar ‘datumprikker.nl-brief’ aan premier Rutte een andere boffactor: hoe (borst)kanker in diverse media steeds vaker vorm krijgt als ‘een hippe aandoening waar vooral beroemdheden sterker en mooier uitkomen’. Als je als gewone sterveling dan zo’n unieke kans hebt gekregen, is het – al dan niet in roze gehuld - helemaal tijd voor een vreugdegil. Want hip is in!
Iets dergelijks viel me ook op toen ik jaren geleden – als cadeau van mijn beminde kanker - diabeet werd. Zelden zag ik zoveel blije mensen een sportief en attractief leven in de natuur leiden als op de folders van insuline en meetapparatuur. Eindelijk zou mijn leven veranderen en zou ik toch nog sportief worden! Als diabeet sneller atleet! Misschien dat met de juiste insuline ook bij mij Kirchberg in Tirol zou gaan lonken. Ik noem het thuis de Peter Langhoutziekte.

Met kanker is het – als je een beetje geluk hebt – al helemaal grote vakantie: werk en wekker zijn uit het dagelijks ritueel verbannen. Geen wonder dat er zonder dergelijke banaliteiten zoveel plaats voor vreugde is. En als ik dat per ongeluk wel eens vergeet, is er altijd iemand die me eraan herinnert dat ik bof. Mijn blijdschap is instant op te roepen vanuit een ‘Je moet blij zijn dat je er nog bent’.

Elke dag blij zijn dat je er nog bent is een tamelijk lastige opgave kan ik u zeggen. Ergens rond mijn dertigste kreeg ik voor het eerst kanker. Tot dan toe vond ik mijn aanwezigheid op deze wereld vrij vanzelfsprekend. Een mooi gegeven. Misschien wel bijzonder maar ook vanzelfsprekend. Niet dagelijks bewust blij dat ik er nog was. Dat lijkt iets kleins maar 12 jaar verder kan ik verklappen dat dagelijks ‘blij zijn dat je er nog bent’ een hele kluif is. Het is namelijk een permanente confrontatie met de dood. En hoewel ik me stiekem steeds vaker afvraag of die dood nou wel echt zo vervelend is, is de kanker dat in elk geval wel. Een vieze gluiperd die steeds meer aan lichaam en geest knabbelt. Ooit liet die kanker mij voelen hoeveel ik van het leven hou. En hoe dierbaar de mensen om mij heen me zijn. Een nuttige functie van een ziekte waar je verder niet zoveel lol aan kunt beleven. Na een rijke kankercarrière voel ik nu vooral dat ik duidelijk niet het foldertje ben. Ik zit alles behalve in de bus van Peter Langhout Reizen (daar ben ik dan overigens wel oprecht blij mee). Tot in mijn dikke teen verzet die hippe ziekte zich tegen de vreugde. Jaren aan een stuk slecht nieuws op slecht nieuws. Mislukte behandeling op mislukte behandeling. En al die jaren gezegend met een gezonde weerbaarheid.

In het afgelopen jaar kreeg ik het einde der tijden in het vizier. Door een dokter aangekondigd en dan is het echt. Later gebeurt iets wonderlijks. Een laatste poging slaat toch nog aan. Enkele kankerbeesten in mijn lijf worden zelfs kleiner. Het duurt een week voordat het nieuws indaalt. Ik start met de vierde chemokuur. Ik besef dat ik de eerste schooldag van mijn dochter toch echt heb meegemaakt. Ik besef dat ik 2015 ga halen. Ik dagdroom dat ik nog wat langer ‘mag’ leven. Hoeveel ingrediënten voor vreugde heb je nodig om het te voelen? Het lukt maar moeizaam.

Al meer dan een week zit ik in zak en as. En bij de pakken neer. Niet verwonderlijk natuurlijk want het is Sinterklaastijd. En dan gonst het van de pakken en zakken. Sinterklaastijd… maar zo voelt het niet. Ik voel intens verdriet. Een pijnlijke worsteling soms. Verslagen en met tranen aan de koffieautomaat bij Albert Heijn, zomaar ineens. Wat is er toch met mijn leven gebeurd? Een hoofd vol ambitie, slechts in mijn dromen de energie. Niets instant oproepen van een blij-omdat-ik-er-nog-ben-gevoel. Precies daar wringt ‘m de schoen: ik zou blij moeten zijn. Misschien wel een paar jaar erbij… Hoe blij ik van mijn kleine en grote snuiter ook word, hoe dankbaar ik mijn omgeving ook ben, hoeveel ontzag ik voor mijn wonderdokters ook heb, hoeveel blijdschap ik ook zou moeten voelen, ik zak deze dagen volledig door het ijs.

Ik ben gehard geraakt in omgaan met slecht nieuws. Dat kan ik aan. Maar goed nieuws… een beetje nieuw perspectief? Dat is andere koek! Het gemis van werk, het gemis van betekenis, het gemis van een vrij ‘ooit’, het gemis van later, het gemis van gewoon…. Dat is wat ik op deze grijze dagen niet aankan. Of is het simpelweg dat ik verleerd ben om goed nieuws de beste plek te geven? Waar is die bron in me gebleven die zich verzet tegen slachtofferschap? Wat een vreemd soort paradox maakt zich meester over mij: kanker in regressie en bij dat goede nieuws heb ik pardoes moeite het roer stevig in handen te houden.

Kanker hebben en blij zijn. Kanker hebben en je eigen regisseur zijn. Kanker hebben en kracht uitstralen. Op folders bestaat het allemaal. Voor mij is dat beeld zelfs met goed nieuws lastig voor te stellen. Kanker is geen ‘power’, kanker nekt je. Maar stel je voor dat die denkbeeldige werkelijkheid van plaatjes toch een beetje werkt… Ik denk dat we vanavond vissticks eten en ik laat het plaatje van Captain Iglo maar eens heel goed op me inwerken. Hij werd 76 met het roer in de hand.

Lees meer van Jeroen de Bie 
https://www.net-kanker.nl/…/Thymus_carcinoid_Jeroen_de_Bie_N…

https://www.net-kanker.nl/…/jeroen_de_bie_volgend_onderzoek_…

Jeroen Bie

 

facebook YouTube Twitter